Verbeeldingskracht

Eén van mijn favoriete gedichten is ‘To make a prairie‘ van Emily Dickinson (1830-1886).
U denk nu misschien: “hoe kan het ook anders“…want het gedicht bevat Klaver.
Het gedicht bevat inderdaad Klaver; maar eigenlijk…is dát niet de kern van dit gedicht.

To make a prairie it takes a clover and one bee,
One clover, and a bee.
And revery.
The revery alone will do,
If bees are few.

Het maken van een wei vereist een klaver en één bij,
Eén klaver en een bij.
En dromerij.
Genoeg is enkel dromerij,
Bij weinig bij.

Het gedicht gaat over de scheppende kracht van de menselijke geest.
Ofwel: verbeeldingskracht.
Daarnaast raakt het aan: Minimalisme, Individualisme en de Natuur.
Dickinson stelt dat je niet veel fysieke middelen nodig hebt om iets groots en prachtigs te creëren.
Zolang je maar over verbeelding beschikt.

Emily Dickinson leefde erg teruggetrokken in haar huis in Amherst, Massachusetts (VS).
Ze zag nauwelijks mensen en kwam zelden buiten.
Dit gedicht is bijna een persoonlijk manifest.
Het legt uit hoe zij, ondanks haar kleine wereld, toch zulke grootse en meeslepende poëzie kon schrijven.
Ze had geen velden nodig om een prairie te zien, alleen haar geest.
Haar ‘revery’ was haar vrijheid.

De Nederlandse vertaling van revery valt onder ‘dichterlijke vrijheid‘ vanwege de rijm.
De term ‘verbeelding’ klinkt een stuk minder dromerig.
Dit gedicht geeft aan hoe krachtig verbeelding eigenlijk is.
Ik quote dat zelf vaak met de volgende zin:
De wereld waarin je leeft bevindt zich hoofdzakelijk tussen je oren”.

Want verbeelding is ook hoe jij de werkelijkheid ervaart.
Er is namelijk verschil tussen objectieve realiteit (wat er feitelijk gebeurt) en jouw subjectieve beleving (hoe jij het interpreteert).

Een uitleg:

Je hersenen vangen niet de hele wereld op.
Ze ontvangen slechts signalen via, onder andere, je ogen, oren en huid.
Je brein vertaalt die signalen vervolgens naar een ‘beeld’.
Voorbeeld: Kleur bestaat buiten je hoofd niet als ‘kleur’, maar als lichtgolven (een heel klein stukje van het elektromagnetische spectrum) met verschillende frequenties.
Je brein maakt daar bijvoorbeeld ‘rood’ of ‘blauw’ van.

En alles wat je meemaakt, gaat door een filter van eerdere ervaringen, overtuigingen en emoties.
Nog een voorbeeld:
Twee mannen staan in de regen.
De één baalt omdat zijn haar nat wordt (de wereld = vervelend).
De ander is blij omdat z’n plantjes niet verdorren (de wereld = hoopvol).
De regen is hetzelfde, maar de wereld waarin zij op dat moment leven is totaal verschillend.

Jouw beleving/verbeelding wordt jouw waarheid.
Als je ervan overtuigd bent dat mensen onvriendelijk zijn, zul je onbewust focussen op de boze blik van een voorbijganger en de glimlach van de caissière over het hoofd zien.
Je ziet de wereld niet zoals ‘ze is’, je ziet de wereld zoals ‘jij bent’.

Neurowetenschappelijk gezien leeft je brein in een donkere schedel.
Het raakt de buitenwereld nooit rechtstreeks aan.
Het maakt constant een voorspelling van wat er buiten gebeurt om te overleven.
Jouw ‘wereld’ is dus eigenlijk een zeer geavanceerde simulatie die je brein constant update.

Waarom is dit belangrijk:
Als je begrijpt dat je wereld zich grotendeels ’tussen je oren’ afspeelt, geeft dat een enorme vrijheid (en kracht).
Het betekent namelijk dat je:
* Niet altijd de omstandigheden kunt veranderen, maar wel je eigen reactie erop.
* Kunt leren je eigen gedachten en vooroordelen kritisch te bekijken en te veranderen.
* Inziet dat jouw ‘waarheid’ voor een ander heel anders kan voelen.

Kortom:
De wereld buiten je is de data, maar je verbeelding daarvan en waarin je daadwerkelijk (emotioneel) leeft bepaal je zelf in je eigen hoofd.
En alles wat je aandacht geeft, groeit.
Verbeeldingskracht is dus een Superpower (use it well).