Trifolium arvense

Namen:
Latijnse vertaling De plant groeit (meestal) op akkers, of groeide vroeger vaak op akkers.
Nederlandse naam Hazepootje.
Friese naam Muzeklaver.
Engelse naam Hare’s foot clover, Rabbit’s foot clover, Stone clover, Pussy clover (Australië).
Kenmerken:
Het ‘Hazepootje’ heeft een eivormig hoofdje van kleine bloemen, die eerst witachtig, later roodachtig van kleur zijn en vooral op zandgrond voorkomt.
De kelk is langbehaard en doordat de kroon korter is dan de kelk, maken de hoofdjes een sterk behaarde indruk (vandaar de Nederlandse naam).
De in de vrucht gekomen plant wordt ook wel gebruikt als aanvulling in droogboeketten.
In de volksgeneeskunst wordt/werd(?) het ingezet tegen diaree (mij onbekend met welk succes…)
Lengte:
5 – 30 cm
Bloeiperiode:
Juli – Herfst (Eenjarig)
Voorkomen:
Vrij algemeen, maar minder in Drenthe en Noord- en Zuid-Holland.
Op open tot grazige, droge, meestal zure kalkarme zandgrond.

Taalkundige noot:

Het is ‘Hazepootje’ en niet ‘Hazenpootje’.
Reden: de samenstelling is een plantennaam waarvan het eerste deel een dier is en de tweede een plantkundige aanduiding en dus een van de uitzonderingen op de hoofdregel (net als ‘apenootje‘ en ‘paardebloem’).