Determinatie

Het bepalen van de juiste klaversoort is niet altijd een gemakkelijke opgave.
Binnen de Vlinderbloemenfamilie is vooral het verschil tussen Honingklaver (Melilotus),  Rupsklaver (Medicago), Rolklaver (Lotus) en de (echte) Klaver (Trifolium) moeilijk te zien.
Natuurlijk is het familie, maar het is wel een ander geslacht!

Met behulp van een ‘klasieke’ determineertabel kan volgens een vaste structuur en aan de hand van specifieke kenmerken gezocht worden naar een specifieke klaversoort.

Bedenk wel dat het hier alleen de van oorsprong in Nederland voorkomende Klavers betreft!
Klaversoorten die (on)opzettelijk Nederland zijn ingevoerd (adventief); zoals bijvoorbeeld de ‘Wijdvertakte Klaver’ (Trifolium diffusum) en de ‘Perzische Klaver’ (Trifolium resupinatum); vallen buiten bestek van deze website.

Kenmerken Klaversoort
1 Bloemen helder geel, na de bloei geelbruin of bijna kleurloos » 2
Bloemen rood, roze, wit, of geelachtig wit » 5
2 Vlag langs de middennerf gevouwen, niet geplooid. Bloeiwijze minder dan 1 cm in doorsnede, met 1-25 bloemen » 3
Vlag alleen aan de top naar binnen gebogen, verder vlak duidelijk dwars geplooid. Bloeiwijze meer dan 1 cm in doorsnede, met circa 20-40 bloemen » 4
3 Bloemstelen even lang als, of langer dan de kelkbuis. Steeltjes van de 3 blaadjes ongeveer gelijk van lengte. Bloemkroon oranje-geel, na de bloei bijna kleurloos, 2-3 mm lang. Hoofdjes 1-7(-12)-bloemig. T.Micranthum
(Draadklaver)
Bloemstelen korter dan de kelkbuis. Steeltje van het eindelingse blaadje langer dan dat van de zijdelingse blaadjes (tenminste bij de middelste en bovenste bladen). Bloemkroon geel, na de bloei geelbruin, 3-3,5 mm lang. Hoofdjes 3-15(-25)-bloemig. T.dubium
(Kleine klaver)
4 Eindelings blaadje langer gesteeld dan de zijdelingse blaadjes. Steunblaadjes met brede voet aangehecht. Stijl duidelijk korter dan de rest van de vrucht. Bloemkroon citroen- tot goudgeel, (3-)4-5(-6) mm lang. Plant met opstijgende takken. Blaadjes omgekeerd eirond. T.campestre
(Liggende klaver)
5 Bloeiwijze zeer los, hetzij met 1-4 vruchtbare, hetzij met 2-7 vruchtbare en een aantal onontwikkelde onvruchtbare bloemen » 6
Bloeiwijze met tenminste 8 bloemen, zonder onvruchtbare bloemen » 7
6 Blaadjes behaard. Bloeiwijze uit 2-7 buitenste vruchtbare bloemen bestaand, daarbinnen met een aantal onontwikkelde, kroonloze, onvruchtbare bloemen; onvruchtbare bloemen na de bloei vergroot en naar buiten teruggekromd, de eveneens teruggekromde vruchtkelken bedekkend; bloeiwijzesteel na de bloei naar de grond buigend, zaden in de grond rijpend. Vrucht korter dan de kelk, 1-zadig. Bloemkroon afvallend, wit, roze gestreept, 8-14 mm lang. T.subterraneum
(Onderaardse klaver)
7 Stengel kruipend en wortelend op de knopen » 8
Stengel niet kruipend en wortelend op knopen » 9
8 Steunblaadjes vliezig, rondom de stengel vergroeid en een kokertje vormend, tenslotte vaak scheurend, de vrije delen smal driehoekig, spits. Kelk niet tweelippig, na de bloei niet opgeblazen, kaal. Bloemkroon 8-10 mm lang, wit, later roze, na de bloei bruin. T.repens
(Witte klaver)
Steunblaadjes niet vliezig, niet rondom vergroeid, ruitvormig, lang toegespitst. Kelk tweelippig, donzig, met gewimperde tanden, na de bloei sterk opgeblazen. Bloemkroon 6-7 mm lang, vleeskleurig, zelden wit, na de bloei bruin. T.fragiferum
(Aardbeiklaver)
9 Bloemhoofdjes alle aan het eind van de takken » 11
Bloemhoofdjes ten dele okselstandig » 14
10 Stengel met 2 tegenoverstaande bladen onder de hoofdjes.
Bloemkroon ver buiten de kelktanden uitstekend.
Bloem roodpaars of roze, zelden wit, 12-20 mm lang. Kelktanden niet stekend, alle 1-nervig.
Steunblaadjes van de middelste en bovenste bladen breed, plotseling in een lange spits versmald. Kelkbuis aangedrukt behaard. Blaadjes eirond tot langwerpig, van boven vaak met een halvemaanvormige lichte vlek. Bloemkroon roodpaars tot roze, zelden helder wit. Hoofdjes bovenaan met rechtopstaande bloemen, daardoor met ronde top.
T.pratense
(Rode klaver)
Steunblaadjes van de middelste en bovenste bladen smal, naar de top geleidelijk toegespitst. Kelkbuis van buiten (althans in de vruchttijd) kaal. blaadjes meestal langwerpig, meestal donkerder groen dan bij de vorige, vaak met een onduidelijke witte vlek. Hoofdjes aan de top met afstaande bloemen, daardoor afgeplat. T.medium
(Bochtige klaver)
11 Hoofdjes zittend » 12
Hoofdjes duidelijk gesteeld » 13
12 Zijnerven van de blaadjes recht, naar de rand toe niet of nauwelijks verdikt. Bloemkroon roze 4-5 mm lang, nauwelijks langer dan de kelk. Kelkbuis in de vruchttijd iets opgeblazen, met rechte, meestal niet stekende tanden. T.striatum
(Gestreepte klaver)
Zijnerven van de blaadjes naar de rand opzijgebogen en verbreed. Bloemkroon witachtig, verder als bij de vorige. Kelkbuis niet verdikt, in vruchttijd verhard, de tanden stekelig naar buiten gekromd. T.scabrum
(Ruwe klaver)
13 Bloemkroon langer dan de kelk. Stengel hol, evenals de bladen kaal of spoedig kaal wordend » 14
Bloemkroon korter dan de kelk, witachtig, later roodachtig, circa 4 mm lang. Stengel gevuld, evenals de bladen behaard. Kelktanden lang en zeer smal, even lang, lang behaard, hoofdje daardoor met een donzig uiterlijk. T.arvense
(Hazepootje)
14 Bloemen niet gedraaid, eerst wit, later roze of soms wit blijvend, 7-9 mm lang. kelk kaal, na de bloei niet opgezwollen, met ongeveer even lange tanden. T.hybridum
(Basterdklaver)