Klaver – Inleiding

Het plantengeslacht Klaver (Trifolium) behoort tot de Vlinderbloemenfamilie (Leguminósae ofwel Papilionaceae).
Het is een groot plantengeslacht met meer dan 200 verschillende soorten.
De naam Trifolium (v. Latijn tri=drie, folium=blad) geeft het belangrijkste zichtbare kenmerk van dit geslacht aan.
Deze naam zou het bestaan van meer dan drie blaadjes uitsluiten, maar dat is niet waar.
Iedereen kent waarschijnlijk wel de vier bladige mutatie van de witte klaver: het klavertje-4 (de zogenaamde “Geluksklaver”).
Het klavertje-4 echter is wel zó zeldzaam dat je inderdaad geluk moet hebben om er eentje te treffen.
Maar zelfs mutaties met nog meer blaadjes schijnen gevonden te zijn.

Naast het geslacht Trifolium dragen nog enkele andere geslachten uit de Vlinderbloemenfamilie de naam klaver in zich.
Deze ‘klaverachtigen’ zijn:
De Honingklaver (Melilotus L.)
De Hoornklaver (Trigonella L.)
De Rupsklaver (Medicago L.)
De Rolklaver (Lotus L.)
Echter: tot een heel andere Orde van het plantenrijk behoort de Klaverzuringfamilie (Oxalis L.)
Omdat enkele soorten Oxalis vierbladig zijn en gezegend met een fraaie hartjesvorm en/of tekening (bijv: Oxalis Deppei), worden deze in diverse tuincentra aangeboden als “Geluksklaver”.
Met een echt klavertje-4, of zelfs met ‘Geluk’, heeft dit helemaal niets te maken.

De verschillende klaversoorten van de geslachten Medicago en Trifolium kunnen in de bloeifase op elkaar lijken.
Maar als de vruchten te zien zijn, is er geen twijfel meer mogelijk.
Medicago heeft vrij zichtbare peulen, terwijl de kleine, rechte peulen van Trifolium verborgen blijven in de verlepte bloemen.

Als biologen spreken over klaver dan wordt het geslacht Trifolium bedoeld.
Trifolium is de enige echte klaver.
Algemene kenmerken

De bladen zijn drietallig, de bloemen staan in bolvormige of langwerpige hoofdjes, de kroonbladen zijn meestal met elkaar en onderling vergroeid.
Het blad van de bekende Witte Klaver heeft een kenmerkende ‘V’-vormige verkleuring van het blad.
Deze ‘V’-vormige verkleuring komt echter niet bij alle klaver-soorten voor.
De peul is klein, bezit weinig zaden en blijft ingesloten in de kelk en /of de niet-afvallende kroon.
Bloeiperiode: hoofdzakelijk van mei tot september.

De verschillende soorten klaver komen verspreid voor over het gematigde en subtropische deel van het noordelijk halfrond (vooral Californië en het Middellandse-Zeegebied), Afrika en Zuid-Amerika (zie groene gedeelte op onderstaande afbeelding).
Alhoewel ook in ruime mate geïmporteerd in Australië kwam de klaver daar oorspronkelijk niet voor.

wrld

Veel voorkomend in onze streken zijn met name de rode klaver en de witte klaver.
Deze soorten worden ook nog geteeld als veevoeder en groenbemesting (ná een hoofdgewas).
Hoewel dit laatste gebruik na de Tweede Wereldoorlog sterk is afgenomen.

De verschillende soorten klaver zijn vooral te vinden in graslanden.
Tevens in wegbermen van waterrijke gebieden (polders) en aan de zeekust.
De klaversoorten die in Nederland voorkomen zijn:

Trifolium arvense (Hazepootje) Trifolium hybridum (Basterdklaver) Trifolium repens (Witte klaver)
Trifolium campestre (Liggende klaver) Trifolium medium (Bochtige klaver) Trifolium scabrum (Ruwe klaver)
Trifolium dubium (Kleine klaver) Trifolium micranthum (Draadklaver) Trifolium striatum (Gestreepte klaver)
Trifolium fragiferum (Aardbeiklaver) Trifolium pratense (Rode klaver) Trifolium subterraneum (Onderaardse klaver)

Foto’s en meer specifieke informatie vindt u door de link van de betreffende klaversoort te volgen.

Wilt u weten hoe u de verschillende klaver-soorten in Nederland kunt herkennen en een overzicht bekijken van de verschillende bloeiperioden, ga dan naar de pagina over Klaver Determinatie.